Direct na de blaasverwijdering
Na de operatie brengen we u naar de verkoeverafdeling. Daar wordt u wakker en herstelt u van de narcose. Als u goed wakker bent gaat u meestal terug naar de verpleegafdeling.
lees meerDirect na de blaasverwijdering
Verkoeverafdeling
- Na de operatie wordt u wakker op de verkoeverafdeling, waar u herstelt van de narcose.
- Zodra u goed wakker bent, gaat u terug naar de verpleegafdeling of naar de PACU (afdeling waar u extra gecontroleerd wordt).
- Uw familie wordt door de arts op de hoogte gebracht van het verloop van de operatie.
- U krijgt:
- Vocht en medicatie via een infuus.
- Pijnbestrijding via een dun slangetje in uw rug.
- Wondvocht wordt afgevoerd via een draintje in uw buik.
Urine en ontlasting
- Darmen: Na de operatie is uw darm iets korter. Dit kan leiden tot iets dunnere ontlasting, maar dit levert meestal geen problemen op.
- Urine:
- Urine bevat na de operatie altijd bacteriën, wat een positieve urinestick oplevert. Dit betekent niet altijd dat er sprake is van een blaasontsteking.
- Bij klachten zoals pijn of koorts kan een antibioticakuur worden voorgeschreven.
Drinken
- Het is belangrijk om voldoende te drinken, ongeveer 1,5 tot 2 liter per dag.
- Uw urine bevat vaak wat slijm door het gebruik van darmweefsel, maar dit vermindert na verloop van tijd.
Behandeling Verzorging urinestoma
De verpleegkundige verzorgt tijdens de opname uw urinestoma en leert u stapsgewijs hoe u zelf uw stoma kunt verzorgen. lees meerNaar huis
Meestal kunt u 7 tot 8 dagen na de operatie naar huis, mits:
- Uw darmen weer normaal functioneren.
- U voldoende normale voeding verdraagt.
- U grotendeels weer beweegt zoals voor de operatie.
- De stomazorg, het katheteriseren of plassen goed gaat.
Adviezen na ontslag
- Vermijd zware activiteiten:
- Geen tillen, sporten of fietsen gedurende de eerste 6 weken.
- Autorijden:
- Na een grotere buikoperatie: meestal na 4 weken, afhankelijk van uw verzekering.
In bad en douchen
- De eerste 2 weken. Douchen is toegestaan.
- Na 2 weken. Baden, zwemmen of sauna bezoeken mag, mits alle wondjes goed zijn gesloten.
Wanneer contact opnemen?
Neem contact op met uw zorgverlener in de volgende situaties:
- Pijn. Als buikpijn niet overgaat, zelfs na het nemen van de voorgeschreven pijnstillers (bijvoorbeeld 4x per dag 1000 mg paracetamol).
- Wondproblemen. Bij roodheid, zwelling of pusvorming rondom de buikwond.
- Koorts. Bij een temperatuur boven 38,5 °C of aanhoudende koorts van 38 °C langer dan 24 uur.
- Afscheiding. Als er puskleurige, sterk ruikende afscheiding uit de plasbuis of vagina komt bij patiënten met een stoma.
- Stoma of katheterproblemen. Als het urinestoma niet goed meer afloopt. Bij problemen met plassen of katheteriseren bij een neoblaas. Of als bij een ureterocutaneostomie de double-J katheter eruit is gegaan.
Weer plassen na de operatie
Na de blaasvervangende operatie kan de katheter eruit en gaat u proberen zelf weer te plassen. Dit gaat anders dan u gewend bent.
lees meerDe uitslag
- Het bij de operatie verwijderde weefsel wordt door de patholoog onderzocht.
- De uitslag wordt besproken in de wekelijkse uro-oncologische multidisciplinaire overleg
- Uw behandelend specialist bespreekt daarna de uitslag met u.
Gevolgen van de operatie
De operatie kan invloed hebben op uw hormoonhuishouding, vruchtbaarheid en seksleven. Als u een neoblaas heeft, kunt u last hebben van urineverlies. Dit verdwijnt meestal weer.
lees meer