Nieuws ‘Psychiatrie heeft veel te bieden’

26 augustus 2013

Prof. dr. Paul Hodiamont neemt op 29 augustus afscheid als hoogleraar Psychiatrie en hoofd van de afdeling Psychiatrie van het UMC St Radboud. In zijn afscheidsrede haalt hij de angel uit enkele hardnekkige (voor)oordelen over de psychiatrie.

In 1975 noemde Milton Greenblatt, toen één van Amerika’s meest vooraanstaande psychiaters, de psychiatrie het stiefkind onder de medische specialismen. Op Paul Hodiamont, die toen aan het begin van zijn loopbaan als psychiater stond, maakte dit artikel grote indruk. Nu, bij zijn vertrek als hoogleraar psychiatrie in Nijmegen en Tilburg toetst hij in zijn afscheidsrede de houdbaarheid van Greenblatts bewering. De waarheid ligt in het midden, concludeert hij. ‘Psychiatrie is binnen de medisch specialismen geen stiefkind, maar ook geen wonderkind. Wel een begaafd kind, dat andere medische specialismen veel te bieden heeft.’



Greenblatt schreef destijds tamelijk alarmerend over z’n vakgebied. Zo stelde hij dat de oorsprong van de psychiatrie ligt in bezetenheid en hekserij, dat de psychiatrie wordt gevreesd door het publiek en geminacht door andere artsen en dat de psychiatrie afhankelijk is van aalmoezen. In zijn afscheidsrede relativeert Hodiamont deze beweringen.

Bezetenheid en hekserij

De oorsprong van de psychiatrie ligt niet alleen in bezetenheid en hekserij, stelt hij. De oude Grieken zagen krankzinnigheid namelijk als een ziekte met een natuurlijke verklaring: een verstoring van het evenwicht van de lichaamssappen. In de Middeleeuwen werd een bovennatuurlijke verklaring gezocht voor psychische ziekten. Ze zouden het gevolg zijn van bezetenheid: een overname van de menselijke geest door demonen. Pas in de renaissance werden psychische ziekten, onder invloed van de felle strijd tussen katholieken en protestanten, beschouwd als hekserij, een vrijwillig aangegaan verbond met de duivel. Zowel katholieken als protestanten misbruikten de psychisch zieken om hun gelijk te halen. Wetenschappers van aanzien uit die tijd waren overigens ook aanhangers van deze ideeën.

Ook in het recente verleden nog is de psychiatrie maatschappelijk misbruikt, namelijk toen in de Sovjet-Unie psychiaters politieke dissidenten krankzinnig verklaarden en toelieten dat ze naar inrichtingen gebracht werden. In de loop van de geschiedenis is de psychiatrie dus vaak gevoelig gebleken voor de kaders van de heersende maatschappelijke en politieke context.

Vrees

Dat de psychiatrie gevreesd wordt door het publiek is gedeeltelijk waar, aldus Hodiamont. Mensen zijn bang voor een psychische ziekte en voor het lijden en het verlies van autonomie, die daarmee gepaard gaan. De psychiater kan angst inboezemen, als iemand die ‘dwars door je heen kijkt’, maar ook als degene die een belangrijke rol speelt in de procedure tot dwangopname. De patiënt ervaart een dwangopname uiteraard als het ultieme autonomieverlies. Ondanks deze schrikbeelden geeft bijna tweederde van de Nederlanders aan waarschijnlijk of zeker professionele hulp te zoeken bij een ernstige psychische ziekte. Al met al is de psychiatrie dus meer geaccepteerd dan gevreesd.

Discriminatie van psychiatrische patiënt

Aan gespecialiseerde geestelijke gezondheidszorg wordt in Nederland ruim vier miljard euro per jaar uitgegeven. Je kunt dit, zoals Greenblatt deed, moeilijk een aalmoes noemen, zegt Hodiamont. Maar dat de economie grote invloed heeft op de psychiatrie staat volgens hem buiten kijf. Dat kan zelfs leiden tot discriminatie van de psychiatrische patiënt, zoals dreigde te gebeuren toen de minister van VWS een eigen bijdrage voor hen wilde invoeren. Gelukkig is dit idee van de baan. Australisch onderzoek laat zien, dat de geestelijke gezondheidszorg onder bepaalde voorwaarden in staat is om een kwart van de ziektelast van bijvoorbeeld depressie te verminderen. Dit doet niet onder voor het effect van andere medische specialismen.

Minachting

Tenslotte de minachting voor de psychiatrie van andere medisch specialisten. Daarvan zijn inderdaad voorbeelden te geven, erkent Hodiamont. De psychiatrie staat namelijk laag in de medische pikorde. Het hoogst in deze pikorde staat het specialisme met de grootste reputatie van deskundigheid, moreel gezag en charisma. Hodiamont legt uit waarom de psychiatrie op deze punten laag scoort. De deskundigheid van de psychiater staat ter discussie vanwege de niet aflatende controverse tussen de natuurwetenschappelijke en de geesteswetenschappelijke benadering: pillen of praten. Het morele gezag van de psychiater wordt ondermijnd, doordat hij niet uitsluitend de patiënt moet dienen, maar ook de maatschappij tegen de patiënt moet beschermen. En zijn charisma staat onder druk, omdat hij zijn witte jas heeft uitgetrokken en zich niet boven, maar naast de patiënt opstelt.

Meerwaarde

In het persoonlijk contact met collega’s uit de gezondheidszorg is er gelukkig geen sprake van minachting, stelt Hodiamont vast. De psychiatrie heeft de andere specialismen dan ook veel te bieden; bijvoorbeeld de ondersteuning die de psychiater in het ziekenhuis levert als een patiënt in de loop van een medische behandeling psychische problematiek ontwikkelt, naast de klachten waarvoor hij of zij is opgenomen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt, dat de inzet van ziekenhuispsychiatrie, ook wel consultatieve of liaisonpsychiatrie genoemd, leidt tot een afname van de medische consumptie en tot een effectievere behandeling.

‘De corebusiness van de psychiatrie heeft betrekking op relaties tussen mensen,’ zegt Hodiamont ter afsluiting. ‘Onze grootste meerwaarde voor andere specialismen is volgens mij dan ook onze expertise in het omgaan met patiënten. Als het gaat om de arts-patiënt relatie kan de psychiatrie een belangrijke aanvullende inbreng hebben.’

 

Meer nieuws

  • Medewerkers
  • Intranet